Vuilniszakkennieuws, mijn tip voor woord van het jaar. Bij de omschrijving komt vast zoiets als: ‘informatie verkregen uit het doorspitten van vuilniszakken.’ Alexander Pechtold overkwam het, zijn afval werd bestudeerd door Binnenhof, een glossy van HP De Tijd en Weekend. Hij reageerde beschaafd in de Volkskrant: het zou niet moeten mogen. Pechtold: ‘Ik wil journalisten niet over één kam scheren. Dé journalistiek bestaat niet. Maar ik wil een discussie aanzwengelen over de vraag waar de grenzen van de journalistieke vrijheid liggen.’
Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit, meldde aansluitend in NRC dat het publiek walgt van vuilnisjournalistiek. En dat volkse verontwaardiging over inbreuken op privacy soms effectiever is dan een rechtszaak. Hij sluit af met de trouvaille dat de schenders bij uitgeverij Audax zakken zijn, die afgevoerd mogen worden. Geestig. De vraag is wel: waarom al die ophef? Als je niets te verbergen hebt, dan is er toch niets aan de hand? Er zijn twee redenen om te bevroeden dat er wel wat loos is.
Kinderporno
Wat God mag, dat mag een ezel nog niet, is een oud gezegde. Binnenhof is geen uitzondering, er zijn meer ‘ezels’. Burgers die tot 2003 bij het CWI in hun zoektocht naar een baan gebruik maakten van computers werden maandenlang door het CWI in de gaten gehouden. Een jaar later werd in een tv- uitzending onthuld dat een Nederlandse officier van justitie kinderporno met zijn privécomputer op straat had neergezet. De pc werd ‘door een taxichauffeur meegenomen’ en ingeleverd bij Peter R. de Vries. Als gevolg van de negatieve publiciteit verliet de officier het OM. Minister Donner van Justitie noemde destijds het besluit van de officier verstandig. De pc doorzocht als vuilniszak.
De privacy’god’ veroorlooft zich echter ook wel het een en ander, zo is te lezen op de site van Bits of Freedom. De Paspoortwet stelt dat iedere Nederlander vier vingerafdrukken moet afgeven bij het aanvragen van een reisdocument. Twee daarvan gaan linea recta naar een centrale overheidsdatabank waartoe elke officier van justitie toegang heeft. Daarin verder onder meer uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres, IP-adres en logingegevens. OM en politie vragen deze klantgegevens op bij onderzoek als een mailadres of telefoonnummer gerelateerd wordt aan een verdachte van een misdrijf. Politie en justitie vroegen in 2008 circa drie miljoen keer de klantgegevens op, dat aantal stijgt per jaar met 33%. Drie miljoen keer, laat u het even bezinken. In mei 2009 werd bovendien bekend dat Vodafone en T-Mobile ook de inhoud van sms-berichten meeleverden als opsporings- en inlichtingendiensten gegevens wilden checken.
Padvindersmes
Natuurlijk, ik wil deze diensten werkelijk geen strobreed in de weg leggen als het gaat om het vinden van criminelen. Prima dat een vrouwelijke marechaussee uitgebreid mijn lichaam bestudeert op een bodyscan te Schiphol, ik kan me er alles bij voorstellen, het is te billijken dat agenten mijn padvindersmes afnemen in een uitgaansgebied, maar waarom mag de overheid de inhoud van alle digitale communicatie naar believen doorzoeken? Laten we wel wezen: drie miljoen opvragingen is bizar veel. Waarom mag een journalist dan niet drie vuilniszakken openmaken? Wie controleert dan nog de overheid en dan vooral op het punt van privacy?
De journalistiek heeft bewegingsvrijheid nodig om overheid en bijbehorende mechanismes te onderzoeken. De burger, de lezer, heeft er recht op. De overheid bestaat bij de gratie van een burgerij. En niet andersom. Ik ben op zichzelf tegen het willekeurig publiceren van de vuilniszakinhoud van volksvertegenwoordigers, andere publieke figuren en de rest van Nederland. Maar wanneer er bedenkelijke verbanden kunnen worden gelegd tussen publieke functie en gevonden feiten, al kwam het uit een vuilniszak, dan raakt dat het vertrouwen in de democratie. Wat geheime diensten doen, wat de overheid mag, dat moet de journalistiek ook mogen. En als het niet mag, dan moet de overheid vooral andere wetten maken, op onze voorspraak. Zelfs dan zou ik die wetten als uitgever, na oprechte afweging, gevoegelijk overtreden.
Drie vuilniszakken, het is misschien niet fris, maar drie miljoen keer klantgegevens tot in detail opvragen, ik kan dat werkelijk niet in een billijk perspectief zien. Dat moet zo fundamenteel afdoende zijn, dat er vanaf nu geen criminaliteit meer is. En dat is niet zo. Als volksvertegenwoordigers het per saldo prima vinden dat we digitaal worden ontkleed, dan is het wel meten met twee maten om te miepen over 3 vuilniszakken. Ik vind het doorzoeken van de vuilniszakken geen goed idee, het verhoogt alleen maar de kans op autistische politici, maar ik vind dat onze, mijn, overheid de reikwijdte van ieders privéleven buiten proportie tot zich neemt. Zullen we de zaken maar in volgorde van belangrijkheid behandelen?
Dit artikel verscheen op 26 mei 2010 in De Nieuwe Reporter







