Archief van de .opinie rubriek

Vuilniszakkennieuws, onze overheid doet niet anders

28-05-2010

Vuilniszakkennieuws, mijn tip voor woord van het jaar. Bij de omschrijving komt vast zoiets als: ‘informatie verkregen uit het doorspitten van vuilniszakken.’ Alexander Pechtold overkwam het, zijn afval werd bestudeerd door Binnenhof, een glossy van HP De Tijd en Weekend. Hij reageerde beschaafd in de Volkskrant: het zou niet moeten mogen. Pechtold: ‘Ik wil journalisten niet over één kam scheren. Dé journalistiek bestaat niet. Maar ik wil een discussie aanzwengelen over de vraag waar de grenzen van de journalistieke vrijheid liggen.’

Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit, meldde aansluitend in NRC dat het publiek walgt van vuilnisjournalistiek. En dat volkse verontwaardiging over inbreuken op privacy soms effectiever is dan een rechtszaak. Hij sluit af met de trouvaille dat de schenders bij uitgeverij Audax zakken zijn, die afgevoerd mogen worden. Geestig. De vraag is wel: waarom al die ophef? Als je niets te verbergen hebt, dan is er toch niets aan de hand? Er zijn twee redenen om te bevroeden dat er wel wat loos is.

Kinderporno
Wat God mag, dat mag een ezel nog niet, is een oud gezegde. Binnenhof is geen uitzondering, er zijn meer ‘ezels’. Burgers die tot 2003 bij het CWI in hun zoektocht naar een baan gebruik maakten van computers werden maandenlang door het CWI in de gaten gehouden. Een jaar later werd in een tv- uitzending onthuld dat een Nederlandse officier van justitie kinderporno met zijn privécomputer op straat had neergezet. De pc werd ‘door een taxichauffeur meegenomen’ en ingeleverd bij Peter R. de Vries. Als gevolg van de negatieve publiciteit verliet de officier het OM. Minister Donner van Justitie noemde destijds het besluit van de officier verstandig. De pc doorzocht als vuilniszak.

De privacy’god’ veroorlooft zich echter ook wel het een en ander, zo is te lezen op de site van Bits of Freedom. De Paspoortwet stelt dat iedere Nederlander vier vingerafdrukken moet afgeven bij het aanvragen van een reisdocument. Twee daarvan gaan linea recta naar een centrale overheidsdatabank waartoe elke officier van justitie toegang heeft. Daarin verder onder meer uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres, IP-adres en logingegevens. OM en politie vragen deze klantgegevens op bij onderzoek als een mailadres of telefoonnummer gerelateerd wordt aan een verdachte van een misdrijf. Politie en justitie vroegen in 2008 circa drie miljoen keer de klantgegevens op, dat aantal stijgt per jaar met 33%. Drie miljoen keer, laat u het even bezinken. In mei 2009 werd bovendien bekend dat Vodafone en T-Mobile ook de inhoud van sms-berichten meeleverden als opsporings- en inlichtingendiensten gegevens wilden checken.

Padvindersmes
Natuurlijk, ik wil deze diensten werkelijk geen strobreed in de weg leggen als het gaat om het vinden van criminelen. Prima dat een vrouwelijke marechaussee uitgebreid mijn lichaam bestudeert op een bodyscan te Schiphol, ik kan me er alles bij voorstellen, het is te billijken dat agenten mijn padvindersmes afnemen in een uitgaansgebied, maar waarom mag de overheid de inhoud van alle digitale communicatie naar believen doorzoeken? Laten we wel wezen: drie miljoen opvragingen is bizar veel. Waarom mag een journalist dan niet drie vuilniszakken openmaken? Wie controleert dan nog de overheid en dan vooral op het punt van privacy?

De journalistiek heeft bewegingsvrijheid nodig om overheid en bijbehorende mechanismes te onderzoeken. De burger, de lezer, heeft er recht op. De overheid bestaat bij de gratie van een burgerij. En niet andersom. Ik ben op zichzelf tegen het willekeurig publiceren van de vuilniszakinhoud van volksvertegenwoordigers, andere publieke figuren en de rest van Nederland. Maar wanneer er bedenkelijke verbanden kunnen worden gelegd tussen publieke functie en gevonden feiten, al kwam het uit een vuilniszak, dan raakt dat het vertrouwen in de democratie. Wat geheime diensten doen, wat de overheid mag, dat moet de journalistiek ook mogen. En als het niet mag, dan moet de overheid vooral andere wetten maken, op onze voorspraak. Zelfs dan zou ik die wetten als uitgever, na oprechte afweging, gevoegelijk overtreden.

Drie vuilniszakken, het is misschien niet fris, maar drie miljoen keer klantgegevens tot in detail opvragen, ik kan dat werkelijk niet in een billijk perspectief zien. Dat moet zo fundamenteel afdoende zijn, dat er vanaf nu geen criminaliteit meer is. En dat is niet zo. Als volksvertegenwoordigers het per saldo prima vinden dat we digitaal worden ontkleed, dan is het wel meten met twee maten om te miepen over 3 vuilniszakken. Ik vind het doorzoeken van de vuilniszakken geen goed idee, het verhoogt alleen maar de kans op autistische politici, maar ik vind dat onze, mijn, overheid de reikwijdte van ieders privéleven buiten proportie tot zich neemt. Zullen we de zaken maar in volgorde van belangrijkheid behandelen?

Dit artikel verscheen op 26 mei 2010 in De Nieuwe Reporter

Bewaken van het merk NRC is een journalistieke aangelegenheid

29-04-2010

Als het merk NRC zich ergens aan verbindt moet ook de redactie erachter staan. Juist daarom is het van belang dat hoofdredacteur en uitgever samen optrekken en geen gescheiden verantwoordelijkheden hebben.

Sommige zaken gaan als de kleine wijzer van de klok. Je ziet de wijzer niet bewegen, maar ineens staat hij toch ergens anders. Op 23 maart bericht reclamevakblad Adformatie dat de president commissaris tevens mede-eigenaar van NRC Media publiekelijk, en overigens ook ongenuanceerd, de hoofdredacteur van NRC Handelsblad de mantel uitveegde over de kop boven het bericht over de nachtelijke val van het vierde kabinet-Balkenende. Krap een maand later is de hoofdredacteur ontslagen, samen met de directeur-uitgever, en is al reeds een nieuwe directeur-uitgever aangesteld.

Laten we wel wezen, een uitgever voert vooral het beleid uit dat met de eigenaren is overeengekomen. Er zit verder niet veel romantiek aan: de eigenaren willen een goed ondernemingsresultaat vermeerderd met ondernemerswinst. Daar is ook helemaal niets mis mee. Het is aan de eigenaar om het bedrijfsklimaat mede vorm te geven.

Ik zelf heb geen aandelen, dus wat kan ik er van zeggen. En toch wil ik laten weten dat het mij zeer stoort dat de eigenaar de redactie zo bruuskeert. Niet alleen in de omgang met de hoofdredacteur, maar vooral ook door het redactiestatuut fors in te perken. Of dat nu semantisch is of anders is te interpreteren, doet er niet toe. In het redactiestatuut staat: NRC BV wordt geleid door de directie, die bestaat uit een hoofdredacteur-directeur en een uitgever-directeur. (De) uitgever-directeur is statutair directeur en zakelijk eindverantwoordelijke van de werkmaatschappij. (De) hoofdredacteur-directeur is verantwoordelijk voor de journalistieke inhoud van de titel(s). Gezamenlijk zijn zij verantwoordelijk voor oplage en bereik, lezerswaardering, productinnovaties, merkpositionering van de werkmaatschappij en het redactiebudget.

Uit publicaties in NRC Handelsblad begrijp ik dat de uitgever veel meer verantwoordelijkheden wilde krijgen ten koste van die van de hoofdredacteur: producten en diensten zouden zonder bemoeienis van de hoofdredacteur met NRC-etiket op de markt moeten kunnen worden gezet.

Dat de redactie boos is dat het redactiestatuut op deze manier wordt veranderd, kan ik me voorstellen. Maar het is ook vanuit de uitgeverskant onverstandig. Als de redactie het gevoel heeft dat er onredelijk met het merk NRC wordt omgesprongen buiten de krant, zal er van samenwerking weinig sprake zijn. Dat effect wordt versterkt als lezers, kijkers en/of adverteerders de hoofdredacteur aanspreken op deze zgn. merkextensies. Het leidt onherroepelijk tot verkokering en dat brengt altijd onnodige kosten met zich mee. Bovendien kan het bedrijf niet flexibel reageren op nieuwe mogelijkheden noch op activiteiten van de concurrenten, tenzij de uitgever parallel een tweede en vooral commerciële redactie opzet.

Voor adverteerders kan het een aantrekkelijk model lijken, commerciële informatie verpakt met een kwaliteitsstempel van NRC, maar het heeft zeker ook een nadeel. Het is namelijk eindig: een consument zal steeds meer op zijn hoede zijn bij het zien van het NRC-logo. Adverteerders zullen steeds creatievere mogelijkheden zoeken om de boodschap logisch en aantrekkelijk te verpakken. Er zijn concrete voorbeelden dat een redactie van een kwaliteitskrant het nieuws zoekt dat past bij de boodschap van de adverteerder. Dat levert niet alleen slechts korte termijnwinst op, het holt ook de positie uit van onafhankelijke journalistiek.

Beter is het als uitgever en hoofdredacteur samen optrekken binnen de formulering van het redactiestatuut. Het is, weet ik uit ervaring, bij de exploitatie verstandig om geen last te hebben van onhandelbare grenzen. Het is voor adverteerders veel overzichtelijker. En het rendement is veel hoger als je gebruik maakt van dubbele expertise. Bovendien, als het merk NRC zich dan ergens aan verbindt, dan staat ook de redactie erachter. Er ontstaat zo een zeker zelfsturend vermogen: het houdt de kwaliteit op alle fronten in stand.

Het is raar dat de uitgever en hoofdredacteur er niet samen uit konden komen. En het is vreemd dat er al zo snel een nieuwe directeur/uitgever door de eigenaren is gevonden, die straks mede op zoek gaat naar een hoofdredacteur. Laat me raden met welke consignes.

De lezers moeten zelf maar bepalen wat ze van deze situatie vinden. Maar de kleine wijzer tikt gewoon door. Ik maak me zorgen. Ben ik de enige?

Als de eigenaar via Adformatie meldt dat hij NRC-hoofdredacteur opbelt…

24-03-2010

In Adformatie sprak Derk Sauer over zijn plannen met de NRC-titels. ‘We gaan helderder maken waar het merk NRC voor staat. De positionering van een krant is essentieel. NRC is het huismerk van academisch Nederland, dat gaan we verder uitbouwen. Dat publiek, dat vroeger OSM (ons soort mensen) heette, daar zetten we een hek omheen en daar blijft iedereen met z’n poten vanaf.’ Sauer is er zeker van dat dagbladen geen nieuws moeten brengen. Dat NRC Handelsblad op de dag na de val van het kabinet opende met ‘Kabinet gevallen’ irriteerde hem zodanig dat hij hoofdredacteur Birgit Donker belde. ‘De tijd van ‘all the news that’s fit to print is echt voorbij. Ik wil niet weten wat er is gebeurd, want daar zijn andere media sneller in, ik wil weten waarom het is gebeurd.’

Klare taal, heel goed. Paar puntjes van aandacht

1.
De kop was: Kabinet-Balkenende IV valt over Uruzgan;
PvdA stapt uit kabinet na marathonsessie over Afghanistan; harde confrontatie ministers over missie. En niet: ‘Kabinet gevallen’.

2.
Pas vlak voor de krant naar de drukker ging, gaf premier Balkenende een verklaring. Was het beter geweest om dan maar niets te melden? Duiding kost immers tijd. Ik waag het te betwijfelen. De duiding van de premier stond helder op de voorpagina; ‘Waar vertrouwen ontbreekt, is een poging om het over de inhoud eens te worden bij voorbaat tot mislukken gedoemd.’

3.
In lees NRC. Ik kreeg voldoende duiding op de bewuste dag en de dagen erna over de val van het kabinet.

4.
Een tabloid staat voor snel en oppervlakkig. Zo zou ik The Times en The Independent niet met droge ogen durven te omschrijven. Denk overigens wel dat de omschakeling van broadsheet naar tabloid riskant is, maar om heel andere redenen.

5.
Ik vraag me al het een en ander af als de eigenaar de hoofdredacteur gaat opbellen over een kop in de krant. Maar ik vraag me nog veel meer af als de eigenaar via publiek en Adformatie meldt dat hij de hoofdredacteur opbelt over een kop in de krant. Doet toch denken aan media-eigenaren uit Italië en Australië. Op zich niks mis mee, maar wel goed om te weten.

De visie van Microsoft op uitgeven in de Future vision montage

04-03-2009

future
<br/><a href="http://video.msn.com/video.aspx?vid=a517b260-bb6b-48b9-87ac-8e2743a28ec5" target="_new" title="Future Vision Montage">Video: Future Vision Montage</a>

Een hoofdredacteur moet niet jokken over de oplage

02-03-2009

next
Want een hoofdredacteur moet als geen ander weten waar hij het over heeft. Het maakt de krant als geheel minder geloofwaardig. Als de editor-in-chief al niet eens weet hoe het bij z’n eigen bedrijf zit, wat moet een lezer als ik dan van alle andere artikelen denken?

Hans Nijenhuis, hoofdredacteur NRC Next, wordt 3 jaar na de lancering van het tabloid geïnterviewd door De Journalist. Vraag nummer 5 luidt:
Wordt er eigenlijk geld verdiend met next; uit HOI-cijfers blijkt dat bijna een kwart van de oplage (80.000) wordt weggegeven?
‘Nou dat van dat gratis weggeven is nieuw voor mij hoor. Ik ben recent naar mijn uitgever geweest voor de laatste cijfers. We hadden 19 miljoen euro omzet in 2008 en 2,6 miljoen winst. We rekenen de extra kosten om de krant te maken en de extra inkomsten die dat genereert. Wat we niet rekenen is Tom-Jan Meeus in Washington of de tafel waaraan we nu zitten of de wetenschapsredactie of de kantine – al die dingen die al van NRC Handelsblad zijn. Er zijn mensen die zeggen: jullie maken dus eigenlijk verlies. Maar de hele truc was: er is een groep mensen die eigenlijk NRC moet lezen maar dat niet doet en kunnen wij een andere vorm vinden waarin ze toch ons soort informatie tot zich nemen? Daarbij is de zaterdagkrant van NRC Handelsblad met 30.000 omhoog gegaan door het next-plus-abonnement (doordeweeks next en op zaterdag NRC Handelsblad). Als geheel is de operatie dus geslaagd. En hoeveel er dan precies worden weggegeven – we zijn een kwaliteitskrant die wordt gelezen en we maken winst. Dank u wel.’

Fraai antwoord, maar er zitten 2 ontzettend suffe opmerkingen in.
1. De oplage van NRC Next is gewoon voor iedereen te controleren bij Het Oplage Instituut. Van de 80.000 exemplaren worden er 64.000 verkocht, waarvan 3.500 met meer dan 50% korting. Wat gebeurt er met die overige 16.000? De helft wordt gericht weggegeven en de andere helft ongericht. Waarom doet de hoofdredacteur daar zo spastisch over? Het is openbare informatie.

2. De term winst is hier volkomen onzinnig gebruikt. NRC Next is een merk van NRC Media BV. Merkexploitatie levert een bijdrage aan het ondernemingsresultaat. NRC Next boekt dus niet 2,6 miljoen euro winst, maar 2,6 miljoen euro bijdrage aan het resultaat. Het is trouwens ook niet te checken. PCM rapporteert niet over de afzonderlijk BV’s, laat staan over de merken die daaronder vallen. Dan kun je ook betogen dat het advertentiebedijf van PCM, PCMMedia, winst maakt. Knikker alle kostenposten zoals redacties eruit en de winst is niet om aan te slepen. Van hetzelfde stompzinnige kaliber.

NRC Next is een prima krant, heeft dat jokken ook helemaal niet nodig. Als een hoofdredacteur eerlijk meldt dat alle extra opbrengsten minus alle extra kosten een bijdrage van 2,6 miljoen opleveren, dan heb je het prima gedaan. 64.000 abonnees maal 175 euro is 11,2 miloen euro, Komt nog een paar miljoen bij aan advertentie inkomsten en een paar ton aan proefabonnementen, de jaaromzet zal de 20 miljoen net niet of net wel halen. Dan is 2,6 miljoen euro bijdrage binnen 3 jaar briljant. Maar goed, als Nijenhuis niet eens zorgvuldig is (lees: ontzettend jokt) over de oplage, is hij dat dan wel over de financiën?

Persbeleid is meten met twee maten. Open brief van gedrukte media aan minister Plasterk.

16-12-2008

De ondertekenaars van deze brief maken zich zorgen over de economische situatie van dagbladen en tijdschriften. Niet alleen omdat ze in deze sector werken, maar ook omdat gedrukte media van vitaal belang zijn voor een pluriforme pers (in de breedste zin van het woord) en daarmee voor een gezonde democratie.
In dit licht zijn de ondertekenaars teleurgesteld over de ‘persbrief’ die u op 14 november 2008 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin hanteert u helaas een enge omschrijving van het begrip pers, hoewel u juist beweert een ‘breed mediabeleid’ te willen voeren. Zou u dat inderdaad doen, dan had u in uw analyse ook de publieke omroepen betrokken.

U schrijft dat u weinig kunt doen voor de geschreven media, aangezien de overheid nu eenmaal op afstand moet blijven van de pers om haar onafhankelijkheid niet aan te tasten. Daarbij is het, volgens u, niet aan de overheid om verlieslijdende exploitaties overeind te houden. Ook al omdat dit een ongewenste precedentwerking kan hebben.

Dit mag allemaal waar zijn, maar de ondertekenaars zouden deze opmerkingen graag in verband brengen met de jaarlijkse steun van ruim 500 miljoen euro aan de publieke omroep (exclusief circa 200 miljoen euro aan reclamegelden). Een minister die een ‘breed mediabeleid’ zegt na te streven kan pers en publieke omroep niet los van elkaar beschouwen. Het is wellicht niet mogelijk en niet wenselijk de gedrukte media financieel te steunen, maar u kunt als verstrekker van subsidie aan de publieke omroep wel zorgen voor een eerlijker speelveld.

De gedrukte media ondervinden op verscheidene vlakken concurrentie van de publieke omroep. Zoals:

- de reclame op de publieke omroep heeft een negatieve invloed op de advertentievolumes en -tarieven bij de gedrukte media

- de tijdschriften die door de omroepen naast hun rtv-gidsen in de markt worden gezet met groter campagnes (Maria, Kassa, Eva, Vier!)

- de omroepgegevens, dat wil zeggen data die met geld van de overheid zijn verzameld, zijn nog steeds niet beschikbaar voor de gedrukte media zoals ze beschikbaar zijn voor de rtv-gidsen van de publieke omroep

- de internetsites van de publieke omroep trekken niet alleen bezoekers weg bij de sites van de gedrukte media, maar ook adverteerders

De ondertekenaars willen zich zeker niet keren tegen al het goede dat de publieke omroepen te bieden hebben, maar vragen zich wel af of het publiceren van tijdschriften en het bouwen van websites niet wat ver staan van de oorspronkelijke taak van de publieke omroep. In elk geval zorgen deze activiteiten, samen met het uitzenden van reclame, voor concurrentievervalsing. De gedrukte media moeten immers opboksen tegen een concurrent die zich financieel gesteund weet door de overheid, waardoor het extra moeilijk is voldoende gelden te vergaren die weer nodig zijn om innovaties te plegen. Een echte pluriformiteit van de media is niet gebaat bij eenzijdigheid van de kant van de overheid.

We zouden graag zien dat u bovenstaande aspecten in een nadere brief aan de Tweede Kamer belicht.

Bijgaande open brief aan minister Plasterk is ondertekend door: Koert van Bekkum, adjunct-hoofdredacteur Nederlands Dagblad, Peter Bergwerff, hoofdredacteur Nederlands Dagblad, Annemieke Besseling, hoofdredacteur Brabants Dagblad, Barbara van Beukering, hoofdredacteur Het Parool, Jan Bonjer, algemeen hoofdredacteur AD, Eef Bos, algemeen hoofdredacteur De Telegraaf, Pieter Broertjes, hoofdredacteur de Volkskrant, Bart Brouwers, hoofdredacteur Sp!ts, Frits Campagne, directeur/uitgever Het Parool, Paul Disco, directeur/uitgever De Groene Amsterdammer, Birgit Donker, hoofdredacteur NRC Handelsblad en nrc.next, Alex Engbers, hoofdredacteur de Stentor, Frits van Exter, hoofdredacteur Vrij Nederland, Louis van de Geijn, hoofdredacteur centrale redactie Wegener Nieuwsmedia, Karin van Gilst, uitgever Vrij Nederland/directeur Weekbladpers Tijdschriften, Bert Groenewegen, bestuursvoorzitter PCM, Rob Haans, uitgever de Volkskrant, Marcel Henst, hoofdredacteur Cobouw, Ad van Heiningen, adjunct-hoofdredacteur De Gelderlander, Toine van Herwaarden, uitgever Elsevier, Peter Jansen, hoofdredacteur Provinciale Zeeuwse Courant, Arendo Joustra, hoofdredacteur Elsevier, Wim Kranendonk, hoofdredacteur Reformatorische Dagblad, Jacques Kuyf, algemeen directeur FD Mediagroep, Femke Leemeijer, uitgever Weekbladpers Tijdschriften, Roel Leferink, hoofdredacteur Agrarisch Dagblad, Jan Geert Majoor, hoofdredacteur HDC Media (alphen.cc, De Gooi- en Eemlander, Haarlems Dagblad/IJmuider Courant, Leidsch Dagblad, Noordhollands Dagblad), Rimmer Mulder, hoofdredacteur Leeuwarder Courant, Joop Munsterman, voorzitter raad van bestuur Wegener, Gert Jan Oelderik, uitgever NRC Handelsblad en nrc.next, Kees Pijnappels, hoofdredacteur De Gelderlander, Stef Rietbergen, directeur-uitgever De Gelderlander, Willem Schoonen, hoofdredacteur Trouw, Xandra Schutte, hoofdredacteur De Groene Amsterdammer, Pieter Sijpersma, hoofdredacteur Dagblad van het Noorden, Rob de Spa, Groepsdirecteur redactionele ontwikkeling Wegener, Kees Spaan, voorzitter Nederlandse Dagbladpers, Henk Steenhuis, hoofdredacteur HP/De Tijd, Harm Tilman, hoofdredacteur De Architect, Paul Verhoeff, directeur Reed Business Amsterdam, Frank Volmer, directeur van De Telegraaf, Ruud de Wit, hoofdredacteur Vastgoedmarkt, Henk van Weert, hoofdredacteur Eindhovens Dagblad