Financiën geeft alvast opties voor nieuwe bezuinigingen op hoger onderwijs 

Collegegeld fors verhogen, bezuinigen op onderzoek in het vervolgonderwijs, alleen nominaal studeren nog bekostigen en de OV-kaart versoberen. Het Ministerie van Financiën geeft alvast een voorzet voor bezuinigingen op het hoger onderwijs en het mbo in de nieuwe kabinetsperiode.

The post Financiën geeft alvast opties voor nieuwe bezuinigingen op hoger onderwijs  first appeared on ScienceGuide.

Het bericht Financiën geeft alvast opties voor nieuwe bezuinigingen op hoger onderwijs  verscheen eerst op ScienceGuide.

Het ministerie van Financiën heeft de geactualiseerde Ombuigingslijst 2025 opgesteld, een ambtelijke lijst die een overzicht biedt van mogelijke bezuinigingen om de rijksbegroting aan te passen. De lijst geeft geen oordeel over de politieke wenselijkheid van deze maatregelen, maar is bedoeld als hulpmiddel voor politieke partijen bij het schrijven van hun verkiezingsprogramma’s en bij het aanleveren van de doorrekening daarvan door het Centraal Planbureau. Niettemin wordt deze lijst wordt ook vaak gebruikt bij de totstandkoming van een regeerprogramma. Geheel onrealistisch zijn deze voorstellen dan ook niet.  

In de vorige ombuigingslijst, die bij de laatste verkiezingen werd gebruikt, stond bijvoorbeeld een bezuiniging op internationale studenten. Beperking van het aantal internationale studenten zou een structurele opbrengst van 200 miljoen euro bieden, voorzagen de ambtenaren van Financiën. . Deze korting werd door kabinet-Schoof daadwerkelijk ingeboekt, maar later teruggedraaid door het amendement-Bontebal. Hetzelfde geldt de langstudeerboete, die nu is geschrapt – althans voor studenten, niet voor hogescholen en universiteiten. 

Eén van de voorstellen in de nieuwe lijst betreft het beëindigen van de financiering van practoraten in het mbo. Deze expertiseplatforms, waarin docenten en onderzoekers praktijkgericht onderzoek uitvoeren, hebben als doel kennis en innovatie te verspreiden en studenten op te leiden tot innovatief vakmanschap. In 2025 telde Nederland 145 practoraten. Bezuiniging daarop zou een structurele korting van 25 miljoen euro vanaf 2029 inhouden op de regeling kwaliteitsafspraken.  

Alleen nominaal wordt nog bekostigd 

Voor het hoger onderwijs wordt een ingrijpende wijziging van de macrobekostiging voorgesteld. Alleen studenten die binnen de nominale studieduur plus één jaar afstuderen, zouden meetellen bij de verdeling van het landelijke budget, geeft Financiën als optie. Studenten die langer studeren vallen dan buiten de telling, waardoor het macrokader daalt en instellingen minder bekostiging ontvangen.  

Volgens de toelichting is het juridisch onzeker of de maatregel uitvoerbaar is, omdat dit een beperking van de zorgplicht van instellingen inhoudt en daarmee raakt aan het gelijkheidsbeginsel. Een wetswijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is dan noodzakelijk. Is de maatregel wel uitvoerbaar, dan kan die ingaan per studiejaar 2028/2029 met een ingroeiperiode van vijf jaar. In 2032 moet deze bezuiniging dan structureel 472 miljoen euro per jaar opleveren. 

Verschillende varianten om collegegeld te verhogen 

De lijst bevat daarnaast meerdere varianten voor verhoging van het collegegeld. De onderliggende overweging is dat het hoger onderwijs ook het eigenbelang van studenten dient, het zogenoemde profijtbeginsel. De verhogingen zouden gelden voor nieuwe voltijdstudenten, met gehalveerde bedragen voor deeltijd. Bij verhoging met 1000 euro per jaar rekent het ministerie op een daling van 1,8 procent in het aantal studenten; bij 3000 euro zal dat 6,6 procent zijn, baseren de ambtenaren hun berekening op ramingen uit Kansrijk onderwijsbeleid (2020).  

Rondom de bekostiging wordt binnen dit kader voorgesteld om de rijksbijdrage voor de masterfase te laten vervallen, waarmee masteropleidingen volledig privaat bekostigd worden. Dat zou structureel 1,1 miljard opleveren vanaf 2030, maar de toelichting wijst erop dat dit leidt tot minder studenten en afnemende toegankelijkheid. Ook verhoging van het collegegeld voor wo-masters met 3000 euro wordt genoemd, wat 311 miljoen euro kan opleveren, evenals het invoeren van het instellingstarief voor elke tweede master, wat 40 miljoen euro oplevert. 

Generieke korting op de rijksbijdrage per student in hbo en wo 

Een generieke korting op de rijksbijdrage per student in hbo en wo met tien procent wordt eveneens genoemd. Deze zou 715 miljoen euro opleveren vanaf 2029, maar volgens de toelichting kan dit ten koste gaan van de onderwijskwaliteit, de werkdruk bij docenten verhogen en leiden tot een kleiner opleidingsaanbod, met name in krimpregio’s. 

Een ander voorstel betreft het beperken of afschaffen van sectorplannen. Deze plannen, die vier domeinen van het wetenschappelijk onderwijs beslaan, zijn bedoeld voor kwaliteitsverbetering, samenwerking en profilering. Bij behoud van alleen de plannen voor techniek en bèta wordt 100 miljoen euro bespaard; bij volledige afschaffing verdwijnen circa 1200 vaste aanstellingen en wordt 232 miljoen euro bespaard vanaf 2029. Omdat universiteiten meerjarige verplichtingen zijn aangegaan, is juridische haalbaarheid onzeker, en er is hieromtrent al een rechtszaak tegen de overheid aangekondigd. 

Onderzoeksbudget op universiteiten en hogescholen terugdraaien 

Ook de onderzoeksfinanciering is niet heilig. Voor universiteiten zou die met 100 miljoen euro structureel verlaagd kunnen worden via een korting op de eerste of tweede geldstroom. In de toelichting wijzen de Financiën-ambtenaren erop dat beide routes nadelen kennen: minder autonomie en concurrentievermogen bij de eerste, hogere administratieve lasten en zwaardere aanvraagdruk bij de tweede. 

Het praktijkgericht onderzoek in het hbo zou het volgens de ambtenaren met de helft van de huidige bekostiging kunnen doen. Dat zou de overheid 83 miljoen euro per jaar besparen en vanaf 2029 kunnen worden gerealiseerd. Lectoren zullen daar anders over denken: zij waarschuwden dit jaar juist dat ze steeds meer tijd kwijt zijn aan het binnenhalen van geld. 

Het fonds Onderzoek en Wetenschap, dat van 2022 tot 2031 loopt en bedoeld is voor investeringen in infrastructuur, werkdrukverlaging en ongebonden onderzoek, kan volgens Financiën ook deels of geheel worden afgeschaft. Volledige afschaffing van nog niet juridisch verplichte middelen levert 1,32 miljard euro op.  

Bezuinigen op werkdrukverlaging 

De bezuinigingslijst bevat daarnaast varianten voor het schrappen van specifieke onderdelen zoals de subsidieregeling voor deelname aan Horizon Europe (187 miljoen), open competitiebeurzen (271 miljoen), maatschappelijke impact-programma’s (287 miljoen), veiligheidsmaatregelen zoals het loket kennisveiligheid (24 miljoen), internationale partnerschappen en grootschalige infrastructuur (153 miljoen) en middelen voor talent en werkdrukverlaging (376 miljoen). 

Op het terrein van studiefinanciering wordt voorgesteld om de normbedragen van de basisbeurs en aanvullende beurs in mbo en ho gelijk te trekken, waarbij steeds de laagste variant geldt. Dit zou de eenvoud vergroten, maar verlaagt de beurs voor sommige groepen studenten.  

Ov-kaart versoberen niet meer geldig in de tram en metro  

Ook het studentenreisproduct kan worden aangepast, bijvoorbeeld door het recht te beperken tot de nominale studieduur, een eigen bijdrage van 20 euro per maand in te voeren of stadsvervoer uit het contract te halen. Deze maatregelen leveren structureel tussen de 90 en 150 miljoen euro op, maar hebben volgens de toelichting ook juridische aandachtspunten en kunnen de toegankelijkheid beïnvloeden. Eerder bleek ook al dat het openbaar vervoer niet zomaar zonder de bijdrage van OCW kan.  

Tot slot worden drie varianten genoemd voor aanpassing van de basisbeurs. De basisbeurs voor studenten in het hoger onderwijs met ouders met een verzamelinkomen boven 110.000 euro zou geschrapt kunnen worden, wat 220 miljoen euro bespaart. Een andere optie is het afschaffen van de uitwonendenbeurs, waardoor alle studenten de lagere thuiswonendenbeurs ontvangen, goed voor 406 miljoen euro. De meest verregaande variant is het volledig afschaffen van de basisbeurs in het hoger onderwijs, wat netto 812 miljoen euro oplevert, maar leidt tot hogere studieschulden. 

The post Financiën geeft alvast opties voor nieuwe bezuinigingen op hoger onderwijs  first appeared on ScienceGuide.

Het bericht Financiën geeft alvast opties voor nieuwe bezuinigingen op hoger onderwijs  verscheen eerst op ScienceGuide.