Tot nu toe hebben vier partijen met Kamerzetels hun conceptverkiezingsprogramma gepresenteerd: de VVD, de SP, en recent ook NSC en BBB. Daarbij tekent zich al een duidelijke gemene deler af: al deze partijen willen de internationalisering van het hoger onderwijs beperken, en bepleiten een grotere rol voor het Nederlands. Dat geldt dus ook voor NSC en BBB, die onlangs hun plannen presenteerden.
Regulering internationale studenteninstroom
Het meest prominente thema in de programma’s van BBB en NSC is de beperking van de instroom van internationale studenten. NSC wil deze instroom koppelen aan de praktische capaciteit en aan maatschappelijke behoeften. Volgens de partij moet “het belang van de Nederlandse economie, de arbeidsmarkt en de beschikbaarheid van voldoende studentenhuisvesting weer leidend worden voor het toelatingsbeleid.” Concreet betekent dit dat “de instroom van buitenlandse studenten wordt gerelateerd aan de beschikbare capaciteit aan woonruimte en opleidingsplaatsen in studentensteden.”
NSC wil dit realiseren via een “bindend convenant in het hoger onderwijs (hbo en wo), waarop kritisch toezicht wordt gehouden en dat kan worden bijgestuurd wanneer normen worden overschreden.” Dit systeem moet regionaal en sectoraal met maatwerk worden toegepast. Daarbij erkent de partij dat “het in enkele sectoren van belang is om internationaal talent aan ons land te binden.”
BBB hanteert een vergelijkbare benadering, maar legt meer nadruk op regionale afstemming. De partij wil dat “de sterk gestegen instroom van internationale studenten aan universiteiten en hogescholen steeds meer wordt afgestemd op het behoud van lokaal en regionaal onderwijsaanbod.” Dit moet bovendien “aansluiten op de vraag vanuit het bedrijfsleven, instellingen en maatschappelijke organisaties.”
Versterking van het Nederlands als voertaal
Beide partijen zien het terugdringen van Engelstalig onderwijs als een essentieel middel om de internationalisering te beperken en de verbinding tussen het hoger onderwijs en de Nederlandse samenleving te herstellen. NSC kondigt aan dat “opleidingen in het hoger onderwijs standaard weer in de Nederlandse taal worden aangeboden om het aantal internationale studenten te verminderen.” Alleen voor specifieke studies blijven uitzonderingen mogelijk, maar ook daar “moet aandacht zijn voor de Nederlandse taal, zodat internationale studenten kunnen bijdragen aan onze samenleving.”
De huidige coalitiepartij wil dat “opleidingen voortaan in beginsel weer in de Nederlandse taal worden aangeboden”, met enkele gerichte uitzonderingen in de masterfase en bij studies waar tekorten bestaan. Ook dan moet “het Nederlands een stevige plek in het curriculum krijgen,” bijvoorbeeld door “een half jaar taalles.” NSC waarschuwt dat “het hoger onderwijs te veel losgezongen is van Nederlandse beleidsvraagstukken” door de groeiende dominantie van het Engels.
Aanpassing van de bekostiging bij onvoldoende terugdringing
Volgens NSC moet het toezicht hierop strenger worden. “Er moet streng toezicht worden gehouden op het terugdringen van het gebruik van Engels in opleidingen. Als deze omslag te langzaam verloopt, moet de overheid ingrijpen, bijvoorbeeld met een taaltoets of via aanpassing van de bekostiging. Het Nederlands moet weer de voertaal zijn in het hoger onderwijs.”
BBB neemt een iets gematigder positie in, maar benadrukt eveneens dat – hoewel Engels belangrijk is – “het Nederlands onze voertaal blijft die actief wordt beschermd.” Volgens de partij moeten alle disciplines Nederlandstalig onderwijs aanbieden, met uitzonderingen “wanneer dit voor de betreffende studie onontkoombaar is.”
Herziening van de studiefinanciering voor internationale studenten
NSC kondigt daarnaast ingrijpende maatregelen aan om de studiefinanciering voor buitenlandse studenten te beperken. De partij wijst op recente Europese regels die het voor EU-studenten mogelijk maken om bij één dag werk per week aanspraak te maken op een Nederlandse beurs, wat NSC onwenselijk vindt. Daarom wil de partij “een wachttijd instellen voor het recht op een studiebeurs” en “de Europese regels zo aanpassen dat EU-studenten pas bij aanzienlijk meer werkuren recht krijgen op een Nederlandse beurs.”
Daarnaast hekelt NSC dubbele financiering, waarvoor harde maatregelen worden aangekondigd. “Een aantal buitenlandse studenten krijgt behalve een beurs in Nederland ook financiële steun van hun eigen regering. We maken dat onmogelijk. Er komen zware boetes voor studenten die in twee landen studiefinanciering krijgen. We nemen ook maatregelen in EU-verband, zoals het verstrengen van de normen voor het krijgen van financiering.” Voor studenten van buiten Europa voorziet NSC een aanzienlijke verhoging van het collegegeld.
Met betrekking tot studiefinanciering wil de BBB dat studenten die fors uitlopen in hun studie een hogere eigen bijdrage leveren. Door het collegegeld voor langstudeerders te verhogen, wil de partij studievertraging ontmoedigen, ruimte creëren voor investeringen in onderwijskwaliteit en de kosten voor de belastingbetaler verlagen.
Problemen in eigen land moeten meer aandacht krijgen in hbo en wo
Beide partijen vinden dat het hoger onderwijs sterker moet bijdragen aan Nederlandse maatschappelijke vraagstukken dan nu het geval is. NSC wil dat universiteiten en hogescholen “weer meer aandacht moeten hebben voor de oplossingen van problemen en uitdagingen in ons eigen land”, en hekelt dat veel hoogleraren zich met internationale belastingvraagstukken bezighouden in plaats van met bijvoorbeeld de toekomst van het toeslagenstelsel.
BBB legt de nadruk op een betere balans tussen fundamenteel en praktijkgericht onderzoek. Volgens de partij moet wetenschap bijdragen aan “kennisopbouw en oplossingen voor maatschappelijke problemen” en krijgen onderzoekers ruimte om samen te werken met de regio. Concreet betekent dit een versterking van hogescholen, praktijkgerichte lectoraten en regionale kenniscentra, zodat universiteiten zich niet uitsluitend richten op internationale rankings of abstracte modellen.
Regionale verankering en samenwerking
De BBB is “voorstander van het versterken van regionale samenwerking tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en de gemeente om innovatieve kracht en hoogwaardige werkgelegenheid voor de jeugd in hun eigen regio, stad en dorp te behouden en te ontwikkelen.”
NSC benadrukt eveneens het belang van regionale afstemming, met name bij de regulering van de internationale studenteninstroom. De partij wil dat dit “regionaal en sectoraal met maatwerk wordt toegepast” en spreekt over ondersteuning van regio’s “met plannen voor betaalbaar wonen op de campus/rondom instellingen.”
Academische vrijheid en debatcultuur
Beide partijen uit de huidige coalitie benadrukken ook het belang van academische vrijheid, maar vanuit verschillende invalshoeken. NSC stelt: “We staan pal voor academische vrijheid en een open debat op universiteiten. Juist daar moet ruimte zijn voor uiteenlopende opvattingen, ook over gevoelige of controversiële onderwerpen.” Om dit te ondersteunen wil de partij “een onafhankelijk fonds oprichten dat nieuwsgierig en tegendraads onderzoek ondersteunt en gevestigde consensus binnen vakgebieden kritisch bevraagt.”
Eerder pleitte Pepijn van Houwelingen van Forum voor Democratie in de Tweede Kamer al voor de oprichting van een zogenoemd ‘tegenspraakfonds’. Daarmee zou gericht geld beschikbaar worden gesteld aan wetenschappers die de bestaande consensus uitdagen en zich niet voegen naar wat, in zijn woorden, “de macht wil horen.” Dat voorstel kreeg destijds nauwelijks steun. Onlangs bepleitte ook postdoc Stije Hofhuis een speciaal NWO-fonds voor ‘tegendraads onderzoek’.
BBB benadrukt de academische vrijheid eveneens, maar koppelt dit aan sociale veiligheid – een reflex die veel rechtse partijen de afgelopen tijd toonden. “Universiteiten horen plekken te zijn waar studenten en docenten zich veilig voelen om te spreken, te twijfelen en van mening te verschillen. Wetenschap bloeit niet in een monocultuur, maar in een klimaat van openheid en debat.”
Budget van NWO gaat naar universiteiten
Opvallend is dat beide partijen meer autonomie voor instellingen willen, maar vanuit verschillende motieven. BBB wil expliciet “de autonomie van vooral de universiteiten vergroten” en kondigt aan dat “de rol van organisaties zoals de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek wordt teruggebracht en hun budget en activiteiten aan universiteiten zelf worden overgeheveld.”
NSC spreekt minder expliciet over autonomie, maar wil wel dat “universiteiten zorgen voor een goed gefinancierde, onafhankelijke universiteitspers en een krachtige universiteitsraad, die volledig is geïnformeerd en voldoende wordt ondersteund.”
Bekostigen uit bezuinigingen
In het verkiezingsprogramma van de BBB worden alvast bezuinigingen aangekondigd. “De kosten voor hbo’s [sic.] en universiteiten mogen niet meer ongelimiteerd toenemen. Alle verbeteringen dienen in principe te worden bekostigd uit bezuinigingen.” Tegelijk wil BBB dat “wetenschappers minder tijd kwijt zijn aan het schrijven van aanvragen en meer tijd kunnen besteden aan hun vak”, wat moet gepaard gaan met meer langjarige zekerheid.
The post NSC en BBB willen dat hoger onderwijs sterker de samenleving dient first appeared on ScienceGuide.
Het bericht NSC en BBB willen dat hoger onderwijs sterker de samenleving dient verscheen eerst op ScienceGuide.