Nieuw onderzoek van genderwetenschappers Susanne Täuber, Willemijn Krebbekx, Sarah Bracke (allen UvA) en Adriano José Habed (Universiteit Utrecht) verkent hoe anti-genderbewegingen sinds hun opkomst rond 2010 zijn uitgegroeid tot een nieuw en meedogenloos politiek fenomeen dat zich inmiddels ook stevig in Nederland manifesteert.
De aanvallen volgen elkaar tegenwoordig snel op, schetsen de auteurs. Via een gezamenlijke analyse van uiteenlopende gevallen tijdens een rondetafel in 2024 onderzochten ze systematische patronen in anti-genderretoriek, deelden zij hun ervaringen en ontwikkelden zij strategieën om binnen deze vijandige context stand te houden.
Doelbewuste pogingen om angst en bezorgdheid te zaaien
Anti-genderpolitiek voedt zich met morele paniek en doelbewuste pogingen om angst en bezorgdheid te zaaien rond sociale kwesties, waarbij gender en seksualiteit centraal staan, schetsen de auteurs. Dit uit zich in uiteenlopende voorbeelden: van de ‘war on woke’ en de klokkenluiderszaak aan de Universiteit van Amsterdam in 2022/23 tot aanvallen op LGBTQ+-acceptatie en het leerplan ‘Lentekriebels’ en de intrekking van een transrechtenwet vlak voor de installatie van de extreemrechtse regering in 2023, schrijven de onderzoekers.
Door de werkelijkheid te ‘herkaderen’ middels morele paniek wordt binnen de samenleving steun verworven voor het inperken van genderrechten. Wanneer de opgeklopte ‘dreiging’ wegebt, blijkt vaak hoe misleidend deze was, maar zijn de vrijheden al ingeperkt, groepen gestigmatiseerd en dubieuze wetten of verboden ingevoerd onder het mom van ordehandhaving, beschrijven de onderzoekers
Morele paniek
UvA-onderzoeker Willemijn Krebbekx werd tussen 2022 en 2023 genoodzaakt rechtstreeks deel te nemen aan anti-gendermobilisaties, zowel binnen haar universiteit als op haar vakgebied van seksuele voorlichting. Eén van de kwesties betrof de klokkenluidersklacht bij de Universiteit van Amsterdam door haar collega Laurens Buijs, die beweerde dat ‘woke’ de academische vrijheid en de kwaliteit van onderwijs en onderzoek ondermijnde.
Buijs richtte zich specifiek op het concept van non-binaire genderidentiteiten. Zijn klacht leidde tot een mediadebat, Kamervragen en een onderzoek van een externe commissie onder leiding van de Leidse oud-rector Carel Stolker naar de geldigheid van deze beweringen.
In dat tumult ontwaarde Krebbekx een belangrijke strategie van de anti-genderbeweging: opschudding veroorzaken en twijfel zaaien. Vanwege beperkte informatie of een gebrek aan directe betrokkenheid bij de kwestie bleven zelfs kritische wetenschappers achter met de sluimerende indruk dat ‘waar rook is, vuur is’, ervoer ze.
Voedingsbodem voor elke daaropvolgende aanval
Door twijfel te zaaien over de legitimiteit en integriteit van disciplines als gender- en seksualiteitsstudies proberen anti-genderbewegingen het vertrouwen van het publiek in kritisch onderzoek en onderwijs te verzwakken, schrijven de auteurs. Dit kan een voedingsbodem creëren voor elke daaropvolgende aanval, benadrukken de genderwetenschappers. Daarom moet men zich richten op het blootleggen van de oorsprong van de aanvallen en duidelijk maken dat het om georganiseerde acties gaat, die de progressieve vooruitgang op het gebied van gender- en seksualiteitsstudies proberen te ondermijnen onder het mom van de bescherming van traditionele waarden, betogen ze.
Täuber laat zien hoe snel het kan gaan ook in Nederland
Van sommige aanvallen is de oorsprong al meteen helder, schrijven ze echter – bijvoorbeeld de “directe, meer autoritaire” interventie rond het ontslag van auteur Susanne Täuber in 2023 door de Rijksuniversiteit Groningen. Haar confrontatie met de institutionele ‘genderproblemen’ begon met de publicatie van het artikel Undoing Gender in Academia. Daarin beschreef Täuber hoe beleid ter bevordering van de academische carrières van vrouwen wordt ondermijnd door dagelijkse ongelijkheidspraktijken. Die publicatie riep weerstand op bij universitaire bestuurders en leidde zelfs haar ontslag in.
De solidariteit die Täuber werd geboden vanuit de academische wereld was overweldigend, schrijft ze. Sympathisanten bezetten zelfs het academiegebouw van de RUG.
Het allerbelangrijkste was echter de campagne ‘#AmINext?’ psociale media. Wat Täuber overkwam kon iedere academicus in Nederland overkomen die het lef had het management en leiderschap van universiteiten te bekritiseren, luidde de zorg onder deze campagne.
#PleaseDontStealMyWork
In het artikel plaatst Täuber haar ontslag in een bredere context van soortgelijke gevallen in Europa. Zo werd in Denemarken politiek socioloog Maria Tøftdoor de Universiteit van Kopenhagen gedwongen haar afdeling te verlaten zonder haar doctoraat af te ronden. Vóór haar onvrijwillige vertrek leidde zij de succesvolle campagne #PleaseDontStealMyWork, waarmee ze de aandacht vestigde op de diefstal van ideeën, auteursrechten en loon waarmee promovendi worden geconfronteerd.
Kritische wetenschappers worden met bijzondere felheid uitgewist wanneer hun kritiek is gericht op hun eigen instelling, schrijven de auteurs. Zo ‘zuiveren’ universiteiten zichzelf van interne kritiek.
Bezuinigingen als anti-genderpolitiek
Naast aanvallen vanaf buiten en aanvallen vanuit de universitaire organisatie is er een derde modus: die van bezuinigingen. De extreemrechtse regering in Nederland zet haar aanval op het hoger onderwijs voort door middel van forse bezuinigingen, stellen de onderzoekers. Onder het mom van het aanpakken van ‘politieke indoctrinatie’, zoals Wilders’ PVV-verkiezingsprogramma van 2023 stelt, vormen de bezuinigingen een directe politieke aanval op de universiteiten, aldus de auteurs.
Bezuinigingsmaatregelen worden bewust ingezet om universiteiten te disciplineren en te hervormen, benadrukken. Of, zoals PVV-Kamerlid Reinder Blaauw zei: de bezuinigingen zijn nodig om “onderwijsinstellingen de kans te geven hun prioriteiten te heroverwegen”.
Hier blijft het niet bij
“Ongetwijfeld zullen we de komende jaren meer gezamenlijke inspanningen zien om de kritische studie van gender en seksualiteit en andere kritische onderwerpen die raken aan sociale ongelijkheid te delegitimeren”, luidt de sombere voorspelling van de auteurs.
Het is belangrijk om bij dit alles in ogenschouw te nemen dat deze aanvallen op kritische wetenschap overwegend de sociale wetenschappen, de kunsten en geesteswetenschappen treffen, benadrukken ze – disciplines die erkend worden vanwege hun belangrijke rol in de democratische rechtsstaat.
We moeten de conservatieve denktanks, partijen en instellingen blootleggen
In het verlengde van deze observaties formuleren de auteurs drie strategieën voor verzet “We moeten de conservatieve denktanks, partijen en instellingen blootleggen die anti-genderdiscoursen orkestreren en kritische wetenschap breder aanvallen, en hun netwerken onderzoeken om te laten zien hoe het verzinnen van morele paniek hun politieke agenda dient”, schrijven de genderwetenschappers.
“Daartoe moeten we hun strategieën, zoals het wapenen met emoties en het verzinnen van chaos en verwarring, herkennen en waar mogelijk neutraliseren. Deze inspanning vereist toegewijde solidariteitsnetwerken en journalistiek en academisch werk van hoge kwaliteit.”
Kritische wetenschappers monddood maken
Tegenstanders van genderstudies hanteren, naast de bekende ‘verdeel-en-heers’-strategie, vaak een kunstmatige gemeenschappelijke vijand, schrijven de auteurs. Deze vijand wordt dan gelabeld als ‘woke’, ‘genderistisch’ of omhangen met andere samenzweringstheorieën. “Het doel hiervan is duidelijk: kritische wetenschappers monddood maken door hen te beschuldigen van ‘polarisatie’ of van het vormen van een ‘bedreiging voor de academische vrijheid’. Door deze mechanismen te herkennen, kunnen we er effectiever weerstand tegen bieden.”
Als de academische vrijheid en de democratie worden ondermijnd, treft dat veel meer mensen dan alleen wetenschappers op het gebied van genderstudies, benadrukken de auteurs.
Enorme bedreigingen voor de disciplines waar we van houden
“We worden geconfronteerd met enorme bedreigingen voor de disciplines waar we van houden, de academische vrijheid en de democratie. Nu we ons in de positie van de kanarie in de kolenmijn lijken te bevinden, moeten we vanuit die positie het publiek proactief informeren en voorlichten over wat er aan de hand is”, schrijven de genderwetenschappers.
“Aanvallen op de democratie beginnen misschien bij gender- en seksualiteitswetenschappers, maar zullen binnenkort veel meer segmenten van de samenleving treffen — niet in de laatste plaats iedereen die werkzaam is in de (kritische) geestes- en sociale wetenschappen.”
The post Aanvallen op genderstudies pas het begin, vrezen Amsterdamse en Utrechtse wetenschappers first appeared on ScienceGuide.
Het bericht Aanvallen op genderstudies pas het begin, vrezen Amsterdamse en Utrechtse wetenschappers verscheen eerst op ScienceGuide.