NEDERLAND. Een gezelschap van bestuurders en kritische wetenschappers boog zich onder leiding van hoogleraar Bert Weckhuysen over de starters- en stimuleringsbeurzen. Hoe ging dat? “We moeten geen kleine NWO&r…
Auteur: Copyburo
UM Cheerleading neemt weer een grote trofee mee naar huis
De Maastricht University Cheerleading Association heeft weer een academisch jaar succesvol afgesloten, met een eerste plaats in Europa’s belangrijkste cheerleading competitie: de Elite Championships in het Duitse Bottrop.
“Drie jaar geleden zou iemand als ik, met mijn onderzoeksprofiel, geen dean zijn geworden”
“Wilt u weten waar het kantoor van de dean is? Of bent u op zoek naar de kamer van Wolfgang?”, vraagt de receptionist van Zwingelput 4. De journalist is in de war: “Maar Wolfgang is toch de dean ?” De receptionist wijst de weg naar een kantoor op de eerste verdieping.
Wolfgang Giernalczyk begrijpt de verwarring: “De officiële kamer van de dean ligt achter de receptie, niet erg toegankelijk voor studenten en personeel. Ik zit liever hier met mijn deur open.”
Afgelopen februari werd Giernalczyk benoemd tot dean van het University College Maastricht. Het is dit jaar bovendien twee decennia geleden dat de liberal arts opleiding in Maastricht van start ging. Een interview met Giernalczyk die studeerde aan UCM en er een groot deel van zijn werkende leven heeft doorgebracht.
Hoe zou je jouw leiderschapsstijl omschrijven?
“Ik denk altijd inclusief. Ik ben me ervan bewust dat een leider een beslissing moet nemen en daar verantwoordelijk voor is. Ik bevind me graag onder de mensen, wil weten hoe ze over dingen denken, heb hun input nodig. Stel dat een beslissing niet goed valt, dan weet ik tenminste dat die niet goed valt. Eerlijk gezegd denk ik dat elke andere aanpak mislukt, juist omdat men zich hier zo betrokken voelt. Er werken zoveel slimme mensen om mij heen dat het dom is als ik ze er niet bij betrek. Daarnaast is het nuttig om een dean te hebben die de opleiding kent. Ik ken UCM goed: ik was er student, onderwijsassistent, docent en heb er verschillende managementfuncties gehad. Ik groeide er langzaam in.”
En je blijkt ook nog steeds les te geven.
“Ik geef minder les dan vroeger, maar toch nog twee keer per jaar mijn argumentatiecursussen. Daarnaast begeleid ik als academisch adviseur zo’n 15 tot 20 studenten. Ik wil betrokken blijven bij het onderwijs. In periode zes hadden we te weinig tutoren; ik stond op het punt om in te vallen, maar het team nam me in bescherming, zei dat ik het niet moest doen. Achteraf ben ik blij, het zou veel te veel zijn geworden.”
“Stel je voor dat ik denk dat we een open cultuur hebben, terwijl collega’s dat niet zo ervaren”
Na het vroegtijdige vertrek van decaan Jos Welie in het voorjaar van 2022 nam het faculteitsbestuur van Science and Engineering (waar UCM deel van uitmaakt) ruim de tijd om een opvolger te zoeken. Welie zei ooit tegen Observant dat het een “zeer belastende baan” is. Wat vind jij het moeilijkste aan leiderschap?
“Tot nu toe verloopt het soepel, maar ik zou graag meer ervaring willen in het nemen van formele HR-beslissingen voor wetenschappelijk personeel. Door het vaker te doen, zal ik leren hoe ik daarmee moet omgaan. Verder zou ik graag een cultuur creëren waarin mensen zich vrij voelen om langs te komen en durven zeggen: ‘Wolfgang, dat was geen slim idee, je hebt een fout gemaakt’. Stel je voor dat ik denk dat we een open cultuur hebben, terwijl collega’s dat niet zo ervaren. Dat ik uiteindelijk toch in een ivoren toren zit.”
Heb je al kritiek gekregen?
“Medewerkers hebben last van een hoge werkdruk, al heel lang, en vooral tegen het einde van het academisch jaar. Ik probeer te helpen, maar ik vergelijk het altijd met een traag bewegend schip. We hadden enkele langdurig zieken (niet per se vanwege werkdruk) en bedachten wat ad hoc oplossingen. Je wilt natuurlijk onmiddellijk resultaat, maar dat is niet mogelijk. Voor volgend academisch jaar hebben we nieuw personeel aangenomen (6 fte). Die beslissing is een of twee maanden geleden genomen, maar die mensen zullen niet voor half augustus aan de slag gaan.
“Wat het ook moeilijk maakt: UCM werkt met een open curriculum [studenten kunnen uit bijna 200 vakken, vaardigheidstrainingen en projecten kiezen, red.] maar we weten nog niet welke vakken ‘populair’ zullen zijn. Terwijl het handig is om te weten voor de planning van de staf. We proberen wel een inschatting te maken op basis van andere jaren.”
Is zo’n inschatting betrouwbaar?
“Niet altijd. Een voorbeeld: we hebben een maximale instroom van 275 eerstejaars, maar we selecteren er meer, omdat uiteindelijk niet iedereen kiest voor UCM. In het verleden was het ruwweg 58 procent dat op onze uitnodiging inging. Dit jaar was het 72 procent! Dus we hebben ongeveer 315 inschrijvingen van eerstejaars ontvangen. Na de zomer zal ongeveer 10 procent niet komen opdagen, dus komen we waarschijnlijk onder de 300 uit. Het is een mooi compliment, een luxe probleem, want je moet er als opleiding toch mee dealen. We hebben geen idee waar dit hoge percentage vandaan komt.”
“Gedurende mijn civiele dienstplicht werkte ik op een school voor moeilijk lerende kinderen”
Je begon in 2005 zelf aan een studie aan UCM, waarom koos je voor liberal arts?
“Toen ik in Duitsland studeerde, was er nog een verplichte militaire óf civiele dienstplicht. Ik koos voor het laatste. Ik was een beetje opstandig, super chagrijnig omdat ik me voelde gedwongen om een jaar lang iets te doen waar ik eigenlijk geen zin in had. Achteraf is het een van de beste dingen die me is overkomen. Ik wist daarna veel beter wat ik wilde: internationale politiek, een beetje economie en psychologie. Ik zocht een opleiding met al die aspecten. Mijn zus, die een master aan de School of Business and Economics volgde, nam me een keer mee naar een onderwijsgroep. Ik vond het erg leuk. Toen ik hoorde van UCM wist ik: ‘Dit is ‘t.’”
Wat deed je tijdens je civiele dienstplicht?
“Ik werkte op een school voor moeilijk lerende kinderen tussen de tien en achttien jaar. In de ochtenden hielp ik de leraren en gaf ik gitaarles. s Middags hielp ik met allerlei klusjes en reed ik de kinderen naar sportlessen. Met sommige kinderen had ik een-op-een contact, ik zag hun zelfvertrouwen groeien tijdens gitaarles. Dat was mooi. Misschien dat toen een zaadje is geplant wat betreft mijn liefde voor het onderwijs. Maar als je lesgeven aan UCM-studenten vergelijkt met die groep, nou, dan is UCM een fluitje van een cent.”
Louis Boon was de eerste dean van UCM, jij hebt hem ook meegemaakt. In welk opzicht ben jij een andere dean?
“Ik vind het niet gepast om mezelf te vergelijken met Louis, ik bedoel, hij stond aan de wieg van liberal arts in Maastricht, in Nederland. Ik ben daar het product van.
“Het is een van mijn sterke punten dat ik begrijp waar mensen vandaan komen, waar hun verschillende perspectieven vandaan komen. Wat ik hiermee bedoel? De een heeft een mening over iets terwijl de ander het daar niet mee eens is of er een andere interpretatie aan geeft. Op dat moment kan ik beide kanten ‘zien’ en op zoek gaan naar een compromis: bedoelen ze écht iets anders of gebruiken ze alleen andere woorden?”
“Vooral als het gaat om een gevoelig onderwerp als identiteit kunnen mensen persoonlijk geraakt worden”
Over het geven van je mening: we horen dat sommige studenten, vooral van UCM en de faculteit Arts and Social Sciences, bang zijn om te zeggen wat ze echt vinden, vooral als het gaat om hete hangijzers als diversiteit en identiteit.
“Dat is niet hoe probleemgestuurd onderwijs eruit zou moeten zien. Communicatie moet altijd respectvol zijn, maar je moet jezelf ook openstellen voor kritiek. Het hele idee achter pgo is dat je meningen en argumenten van anderen aanhoort. Achteraf zeg je dan misschien: ‘Nee, ik blijf bij mijn eigen standpunt’, en dat is ook goed. Het gaat hier om intellectuele argumenten. Vooral als het gaat om een gevoelig onderwerp als identiteit kunnen mensen persoonlijk geraakt worden. En ja, dan is het tricky om openlijk te discussiëren in de geest van het pgo. Je moet een balans zien te vinden en dat is een uitdaging.”
Denk je dat studenten het tegenwoordig moeilijker hebben dan vijftien jaar geleden?
“Ze moeten veel meer prikkels verwerken. Ik bedoel, in 2005 hadden we e-mail, Facebook kwam eraan, maar we communiceerden via sms. De huidige generatie moet continu informatie filteren. Jezelf niet onder druk zetten is wat dat betreft een uitdaging. Veel studenten willen van alles doen, maar niet alles is mogelijk in 24 uur. Je moet prioriteiten stellen.”
“College studenten karakteriseren als ‘kinderen met rijke ouders’ is niet eerlijk”
“Een dure crèche voor kinderen met rijke ouders”, noemde voormalig minister van Onderwijs Ronald Plasterk de liberal arts opleiding ooit. Dat beeld is niet helemaal verdwenen.
“We hebben heel veel nationaliteiten, maar qua sociaaleconomische achtergrond moet ik toegeven dat we minder divers zijn. Dat weten we ook van andere Colleges in Nederland; het is voortdurend een punt van discussie in ons netwerk van deans . De verschillende wervingsbureaus werken aan een Nederlandstalige website om bekendheid te vergroten onder Nederlandse studenten voor wie liberal arts een beetje elitair voelt, ook al is dat niet zo. College studenten karakteriseren als ‘kinderen met rijke ouders’ is niet eerlijk; daarmee generaliseer je te veel. Een flink deel heeft het financieel moeilijk, zij moeten ook werken naast hun studie.”
Een paar jaar geleden had UCM nog beurzen voor niet-EU-studenten die het collegegeld niet konden betalen, maar deze beurzen zijn afgeschaft. Waarom?
“Het mocht niet meer. Die beurzen kwamen uit de algemene begroting van UCM, dat werd juridisch lastig. Hoewel ik het solidariteitsprincipe – van studenten voor andere studenten – goed vind, begrijp ik ook dat we er vanaf moesten. Bovendien, wat is het effect? Je kunt maar vijf beurzen voor niet-EU-studenten per jaar aanbieden (op 275 studenten in totaal), het is niet de big bang die je wilt. Daarnaast is het moeilijk te controleren of deze studenten ‘economisch gezien’ echt een beurs nodig hebben.”
Je wilt dat UCM toegankelijker wordt voor eerste generatie studenten en voor anderen, opgegroeid in dorpen in Limburg, Brabant of Drenthe, mensen die zichzelf geen ‘wereldburger’ zouden noemen zoals veel UCM-studenten wel doen?
“Door de internationale setting hebben we nogal wat studenten met ouders met ‘internationale’ banen. Ze zijn vaak in verschillende landen opgegroeid. Iemand is bijvoorbeeld half Italiaans, half Canadees, heeft twee jaar in Duitsland gewoond en een jaar in Maleisië en is daarna naar Bolivia gegaan. Ik kan me voorstellen dat een medestudent uit Gulpen, een dorp hier in de buurt, zich overweldigd voelt door die verhalen. Dat is jammer. Deze persoon voegt ook diversiteit toe. Het ene is niet beter of slechter dan het andere.”
“Ik ben niet de klassieke academicus die een gevestigde wetenschapper wil worden”
Met deze nieuwe functie zet je ook een stap in je academische carrière. Je bent nu universitair hoofddocent, maar geen hoogleraar zoals jouw voorgangers. Heb je het gevoel dat de tijden zijn veranderd dankzij Erkennen en Waarderen?
“Ik denk dat ik in een sweet spot zit. Twee, drie jaar geleden zou iemand als ik, met mijn onderzoeksprofiel, geen dean zijn geworden. Als je kijkt naar wat ik op onderzoeksgebied heb gedaan na mijn promotie, dan ben je heel snel klaar. Ik vind veel dingen interessant, maar ik ben niet de klassieke academicus die een gevestigd wetenschapper wil worden. Ik heb nu een droompositie waarin ik een academicus van hoog niveau kan zijn met voornamelijk management- en onderwijstaken. En niemand klaagt dat mijn onderzoek op een laag pitje staat.”
Wat zijn je plannen de komende jaren?
“Ik heb nog geen ‘proactieve agenda’ met een strategie, want er is genoeg dat ons bezig zal houden: het inkorten van het academisch jaar, er komt een accreditatie aan, het internationaliseringsdebat in Nederland [UCM heeft ongeveer 70 procent internationals, red.], de gevolgen van kunstmatige intelligentie zoals ChatGPT voor het hoger onderwijs. Iets anders wat ik belangrijk vind – voordat we strategische plannen maken – is het hebben van een visie op UCM. Ik denk dat we allemaal wel een idee hebben, maar we maken het zelden expliciet. Daarom is het hele team uitgenodigd voor een reflectiedag.”
“Ik beschouw mezelf als een wereldburger”
"En waar kom jij vandaan?" Voor sommige studenten is dit de meest gevreesde vraag tijdens een voorstelrondje. Niet omdat ze niet trots zijn op hun achtergrond, maar omdat het antwoord gewoon zo ingewikkeld…
Nieuwe afspraken over studentenwelzijn
NEDERLAND. Hoe kunnen universiteiten en hogescholen ervoor zorgen dat elke student zich thuis voelt in het hoger onderwijs? Ze hebben met studentenorganisaties ISO en LSVb afspraken gemaakt over betere informatie, s…
Universiteiten nemen ranglijsten minder serieus
NEDERLAND. Weg met die wereldranglijsten, zeggen de Nederlandse universiteiten. Ze willen er minder gebruik van maken – behalve voor hun eigen marketing. Ook gaan ze alternatieven aanmoedigen.
…
‘Stel een extra bestuurslid aan als vertegenwoordiger van tijdrovende commissie’
MAASTRICHT. Onaangenaam verrast waren sommige studenten in de universiteitsraad over de nieuwe verdeling van de bestuursmaanden. Waarom kregen leden van de sociëteits- of barcommissie van Koko en Circumflex ope…
Bijna de helft heeft basisbeurs al aangevraagd
NEDERLAND. Meer dan 208 duizend (aankomende) studenten hebben inmiddels de basisbeurs aangevraagd. Volgende week krijgen 225 duizend anderen een brief om hen eraan te herinneren.
FPN wil dat onderzoekers dure scanners vaker gebruiken
MAASTRICHT. Met het oprichten van twee fondsen wil de faculteit psychologie en neurowetenschappen (FPN) onderzoekers stimuleren om vaker gebruik te maken van de zogeheten Tesla-scanners. Deze scanners, ondergebracht…
Winnaars Onderwijspremie bekend
NEDERLAND. Zes onderwijsteams van hogescholen en universiteiten ontvingen de Nederlandse Onderwijspremie. NHL Stenden en de UvA hebben de eerste plaats in de wacht gesleept. Voor het eerst deden ook mbo-instellingen…