Op een gegeven moment hadden we een vergadering met de afdeling om te kijken of we in al onze bacheloropleidingen niet nog ergens studenten hadden zitten die, als ze misschien in plaats van een onvoldoende tóch een voldoende kregen, alsnog naar het volgende academische jaar konden gaan. Zelfs lage onvoldoendes werden heroverwogen. Zo kregen we toch meer doorstromers, ontvingen we volgend jaar toch weer de begrootte batch aan collegegelden, én werd het bestuur tevredengesteld. Of die studenten het ook hadden verdiend? Ik vond eigenlijk van niet. Maar ja, ik stond erbij en keek ernaar.
Misschien denkt u nu: “Wat een perverse prikkel! Waar werkt die gozer?!” Bovenstaande vond écht plaats, en wel tijdens een regenachtige zomer in het Verenigd Koninkrijk (VK), het land waar ik ben gepromoveerd en daarna vier jaar werkzaam was als universitair docent.
Britse toestanden
Ik geef graag nog wat meer voorbeelden uit mijn tijd in het VK – ze doen ertoe. Zo is het ook écht gebeurd dat ik als docent een semi-verplicht ‘Tort and contract law’-seminar volgde in het kader van communicatie op open dagen. Daar leerde ik (of beter gezegd: werd ik gedisciplineerd) om het tegenover studenten en hun ouders uitsluitend over “subjects” te hebben, nooit over concrete “courses”. Deden we dat, dan zaten we als docenten “safe”. Waarom? Zodra we verbaal zouden communiceren dat een bepaald vak het volgende jaar gegeven zou worden, bijvoorbeeld “Introduction to policing studies and criminology”, maar de naam van dat vak zou veranderen naar bijvoorbeeld “Introduction to policing”, dan zouden we als opleiding niet ons verbale contract zijn nagekomen.
Een dergelijke mondelinge overeenkomst op een open dag moest dus te allen tijde voorkomen worden. Anders had de Britse student, die een dikke lening is aangegaan om (toentertijd) zo’n 10.000 Britse pond per jaar aan collegegeld te betalen, een reden hebben om te vertrekken of een klacht in te dienen. Of er echt dergelijke gevolgen aan vastzaten, was onduidelijk. Maar de angst was er.
Britse klant is koning
Het is ook niet niets. Een totale schuld van 30.000 Britse pond aan collegegeld voor alleen al de bachelor, met daarbovenop nog duurbetaalde “rent and living expenses”, maakt je “consumer aware” van jouw rechten als student. Dan ligt het falen van de student hoe dan ook aan de docent, de opleiding, de universiteit – maar nooit aan de student zelf. De student is de klant die koning is, en dat begreep ik.
De wekelijkse nieuwsbrief is nog korte tijd gratis te ontvangen. De voorwaarden vindt u hier.
Kon je als opleiding niet aantonen dat je er alles aan had gedaan om die koning te bedienen, bijvoorbeeld door (vroegtijdig) uitval van studenten tegen te gaan, dan hing je. Je moest jezelf kunnen verdedigen, bijvoorbeeld door e-mails naar studenten te kunnen laten zien. Had je dergelijk bewijs niet, dan zou het zomaar eens kunnen dat de student loan companies geen studieleningen meer verstrekken aan studenten die jouw opleiding willen volgen. Want ja, ze vallen toch uit bij jou, dus is een student loan een slechte investering.
Wat gebeurde er vervolgens? Om slechte retention rates tegen te gaan, werden de cijfers bijgesteld (zoals ik hierboven heb geschetst) en werd er overdreven veel opgevolgd bij studenten per email. Zo had je in ieder geval “bewijs”. Had dat impact? Geen idee, maar de angst heerste.
Manipulatie
Scoorde je opleiding bij de National Student Survey (NSS) slecht op bijvoorbeeld het geven van feedback op het werk van studenten, dan was ook dat een reden om te vermoeden dat jouw opleiding niet genoeg deed om op tijd afgestudeerde alumni te produceren. Ons werd als docenten daarom gevraagd – en ook dit is écht gebeurd – het niet te hebben over hoor- of werkcolleges, maar over feedbacksessies. Dan kunnen de studenten in ieder geval op de NSS invullen feedback te hebben gekregen (manipulatie van het eerste uur). Zouden ze ook inderdaad de NSS anders “slecht” invullen? Who knows. Maar de angst was er.
Kortom, door perverse prikkels en angst waren we vooral bezig met het afleggen van verantwoording van het onderwijs geven – niet per se met onderwijzen zelf.
Gedwongen ontslagen
Kunt u zich voorstellen hoe blij ik was toen ik, zoals ik nogal eens gekscherend zei, “off the sinking island” kon gaan in 2018? Eindelijk; voordat Brexit realiteit werd, was ik terug in het – zo dacht ik – gezonde Nederlandse universitaire leven. Geen standaard van 80 procent onderwijs en 20 procent onderzoek, maar 70/30. Geen waanzinnig hoge collegegelden. Geen wo-consumenten, maar kritische en proactieve studenten. Geen rare perverse prikkels, maar oprechte academische motivatie. Geen verzuurde collega’s, maar, over het algemeen, gelukkigere academici. In ieder geval gelukkiger dan in het VK.
Ik heb nog vaak contact met oud-collega’s uit het VK. De academische implosie in het VK is al langere tijd aan de gang, en vele malen intensiever en meer wijdverspreid dan in Nederland. Het is er sinds Brexit, en dus net na mijn vertrek, allemaal nog erger geworden. Het heeft nog meer perverse prikkels, een nog sterker dalende kwaliteit die zelfs instituten als Cambridge of Oxford University niet meer kunnen rechttrekken, en sinds kort landelijke “forced redundancies”; oftewel, gedwongen ontslagen.
Het Britse universitaire leven is er leeg. Het bestaat nog wel, maar leeft niet meer. Het verkeert in een zombiestatus, zoals Sinead Murphy beschrijft in diens boek Zombie University.
Britse zombiestatus tekent zich af in Nederland
Die zombiestatus is – u voelt het natuurlijk al de hele tijd aankomen – waarop de Nederlandse universiteiten met 130 km/h (want dat mag straks weer) afstevenen. De langstudeerboete, de de-internationalisering (een soort academische Nexit), en natuurlijk die miljard euro aan bezuinigingen: tezamen houden ze een nekslag voor het wetenschappelijk onderwijs in. Al zou maar de helft van die aangekondigde ingrepen plaatsvinden, alleen al het anticiperen erop zal tot in de kleinste zaken schade aanrichten, zoals ik in het VK zag gebeuren. Geen idee of we er iets aan kunnen doen, maar de angst heerst.
Het is nog maar de vraag of onze universiteitsbesturen fundamenteel en blijvend in verzet (kunnen) komen tegen de aangekondigde voorstellen als hun attitude er één lijkt zijn van opvolging indien ‘de Rijksoverheid [hen] dit dwingend oplegt of adviseert’ (Trouw, 2024a).
Ik heb nog steeds hoop van wel.
Verzet
Verzet is namelijk hard nodig in een land waar niet alleen het wetenschappelijk onderwijs uitgehold gaat worden, maar ook studentenprotesten tegen misdaden tegen de menselijkheid onnodig hard de kop in worden gedrukt. Het is eveneens hard nodig in een land waar omvolkingstheoretisch wordt gedacht, maar wordt gesproken over ‘zeer zorgelijke demografische ontwikkeling’ (Trouw, 2024b). Dergelijke “theorie” en politieke retoriek die zijn doordrenkt van racistische ideeën móeten worden voorzien van kritisch wetenschappelijk tegengeluid – juist in een tijd waarin politici simpelweg liegen en bedriegen, en ermee wegkomen ook.
Er is echter geen tijd en geen ziel meer om kwalitatief goed onderwijs te geven dat studenten kritisch en onafhankelijk opleidt als academici straks alleen nog maar bezig moeten zijn met het koste wat kost doorloodsen van studenten, met ‘Tort and contract law’-seminars, met vrezen iets verkeerds te zeggen op open dagen, met het voorkomen van slechte uitvalcijfers, met manipulerende NSS-taal te verwerken in syllabi, en met nog meer van dat soort onzin. Er is straks ook geen tijd en geen ziel meer om in verzet te komen, of in ieder geval om jezelf kritisch uit te laten. Sterker nog, kritiek kan je de slimme kop kosten. Dat is eng.
Omstandereffect
Het engst vind ik echter, als ik mezelf eerlijk bezie, dat wij nu, in tegenstelling tot onze academische collega’s in het VK (hier een mooi overzicht van hun university strikes in 2024), nauwelijks de straten op gaan – afgezien de kleine groep academici die afgelopen zaterdag bij Utrecht CS de studenten bijstonden tijdens een demonstratie tegen de langstudeerboete. Maar verder? We staan erbij en kijken ernaar. Een zéér problematisch omstandereffect.
Zijn studenten echt nog de enigen aan de universiteit die durven iets te zeggen? Hoe komt dat toch? Waarom demonstreren we niet en masse, dagdagelijks? Zij-aan-zij, van bestuur tot junior docent, en met de studenten, op het Malieveld, op de campus? Wie waagt nog het woord ‘staking’ te noemen? Zijn we misschien nu al bang? Te bang? Zíjn we al zombie-universiteiten?
Ik vrees het ergste.

Yarin Eski is Universitair Docent Public Administration bij de VU Amsterdam.
The post ‘De zombie-universiteit: een Britse waarschuwing’ first appeared on ScienceGuide.
Het bericht ‘De zombie-universiteit: een Britse waarschuwing’ verscheen eerst op ScienceGuide.