Is de HvA een plek waar je als student vrij je mening kunt geven? En wordt je kritiek ook écht serieus genomen? Studenten twijfelen geregeld aan hun impact op het beleid aan de hogeschool, zo blijkt uit een enquête van HvanA. ‘Je wordt zeker gehoord als student, maar of er ook geluisterd wordt?’
Dit betreft een ingekorte versie van het onderzoeksverhaal in ons nieuwe magazine over vrijheid. Blader het hier online door of neem gratis een exemplaar mee als je op de campus bent.
Opleidingscommissies, deelraden, een centrale raad en zelfs een plek aan de bestuurstafel: studenten kunnen op allerlei vlakken meepraten en -denken aan de HvA. Maar hoe vrij ben je als student om je mening te geven? Zijn er weleens zaken taboe? Hoe serieus word jouw kritiek genomen? En wat komt er in de praktijk terecht van de input die studenten geven?
HvanA wilde hier meer over weten komen en liet een enquête onder studenten uit de medezeggenschapsraden rondgaan. Ook hielden we interviews met individuele studenten (zie dit bijbehorende artikel). Uit hun antwoorden blijkt dat studenten uit de medezeggenschap de HvA ervaren als een plek waar je zeker kritisch je mening kunt geven. Maar twijfels zijn er ook, vooral over de impact die ze hebben op het beleid en het functioneren van de hogeschooldemocratie.
Thuisgevoel
Hoe komt dat? Een gebrek aan thuisgevoel is er niet. De meeste studenten die onze enquête invulden, voelen zich namelijk thuis op de HvA (85 procent). Ook kan vrijwel iedereen zichzelf zijn op de hogeschool (97 procent), een enkeling daargelaten. Dat beeld komt overeen met wat de Nationale Studenten Enquête al jaren toont.
Ook ervaren de meeste studenten die reageren dat ze kritisch hun mening kunnen geven aan de HvA. Zowel tegen docenten/medewerkers (80 procent) als tegen hun eigen medestudenten (87 procent) durven de meesten te zeggen wat ze ervan vinden, ook als dat geen leuke mening is. In de meeste raden aan de HvA lijkt de sfeer hiervoor open genoeg, als je de medezeggenschappers die op onze enquête reageerden moet geloven.
Enquête hogeschooldemocratie
Als doelgroep voor dit kleine onderzoek is gekozen voor studenten uit de medezeggenschap, omdat zij zich actief bemoeien met het beleid aan de HvA en ervaring hebben opgebouwd met hoe er met hun ideeën omgesprongen wordt.
De enquête, die bestond uit tien vragen, is verspreid onder studenten van de centrale medezeggenschapsraad, alle deelraden en onder opleidingscommissies van de HvA. Van hen reageerden uiteindelijk veertig studenten.
Het onderzoek is daarmee niet volledig representatief, al komen de vondsten wel deels overeen met ander onderzoek naar dit onderwerp. Uit de meest recente Monitor Medezeggenschap blijkt dat studenten vaak tevreden zijn over hun rol in de medezeggenschap, maar vaak beperkt invloed ervaren op het beleid (een op de drie).
Uit een vergelijkbaar onderzoek aan de Haagse Hogeschool bleek enkele jaren geleden dat er ‘breed gedragen twijfels’ waren onder studenten over hun impact op de besluitvorming.
Zelfcensuur
Neemt niet weg dat er soms zaken taboe zijn. Een op de drie medezeggenschappers gaat weleens een onderwerp uit de weg (figuur 2). Zo houden sommige studenten liever hun mond over politieke kwesties of hun keus voor een bepaalde partij. ‘Soms ben je bang om te worden gecanceld’, geeft een van de studenten aan.
Ook zaken op de hogeschool zelf, zoals het onderwijs of de kwaliteit van docenten, blijken soms onbespreekbaar. ‘Als een kwestie de verantwoordelijkheid van een medewerker aangaat, zoals de slechte kwaliteit van de lesinhoud – dan zijn ze heel erg defensief’, schrijft een student uit een deelraad in de enquête. ‘Sommige docenten staan niet open voor feedback’, zegt een ander, die in een opleidingscommissie zit.

Beeld: HvanA | Figuur 2: gaan studenten weleens onderwerpen uit de weg?
Open en bloot
Het geeft te denken: wordt er wel altijd naar (kritische) studenten geluisterd?
Zo wordt dat niet altijd ervaren. Studenten voelen zich dan wel vrij om hun mening te geven, bijna de helft heeft het idee dat de hogeschooldemocratie niet functioneert (47 procent).
Soms is er simpelweg ruimte voor verbetering – niet álles gaat goed. Zoals twee studenten terecht aangeven in de enquête: de democratie is niet een simpele goed/fout-kwestie. Er zijn ook praktische problemen, op het gebied van logistiek of motivatie bijvoorbeeld. ‘De grote meerderheid van de studenten weet niet eens dat we bestaan’, schrijft een van de studenten.
Uit de enquête van HvanA blijkt ook dat een groot deel van de studenten in de medezeggenschap het idee heeft dat hun mening er niet toe doet (44 procent, figuur 3). Niet altijd is duidelijk wat er met de input van studenten gebeurt. ‘Er wordt formeel geluisterd — uit beleefdheid en omdat het zo hoort — maar inhoudelijk gebeurt er weinig’, geeft een student in de vragenlijst aan. ‘De input van studenten verdwijnt vaak in lange vergaderingen en notulen, zonder structurele verandering.’ Een andere student is korter van stof: ‘Veel waardevolle input strandt in bureaucratie.’
Sommige studenten hebben het idee dat er écht niet geluisterd wordt. Zo zegt een student: ‘Onze opleidingsmanager houdt van alles tegen, alsof hij een soort alleenheerser is. Zijn wil is wet en de docenten en studenten hebben ernaar te luisteren.’ Dat gevoel van onmacht ervaren meer studenten: ‘Je wordt zeker gehoord als student. Maar of er ook geluisterd wordt?’

Beeld: HvanA | figuur 3: ervaren studenten dat hun mening ertoe doet?
Je kunt niet op basis van veertig antwoorden stellen dat de HvA een democratisch probleem heeft. Meer onderzoek is nodig, zegt Robert Tjalsma. Hij studeert in Leeuwarden aan hogeschool NHL Stenden en zit in het landelijke bestuur van HBO-Medezeggenschap, een organisatie die medezeggenschap in het hbo wil versterken.
‘Maar wat ik hoor is wel heel herkenbaar’, zegt hij aan de telefoon. ‘Op papier is de democratie in het hbo goed geregeld. Maar in de praktijk voelen studenten zich geregeld gepasseerd. Vooral bij grote veranderingen, waarbij veel geld gemoeid is. Ik vind dat hogescholen wel wat met dit issue moeten doen.’
‘Is de medezeggenschap een leuk iets voor erbij, of maakt de studentenstem écht een verschil?’
Tjalsma noemt het voorbeeld van de onderwijs- en examenregeling (OER), die jaarlijks moet worden ingestemd. ‘Dat is een belangrijk moment, anders vinden de plannen voor het komende studiejaar in principe geen doorgang. Maar die OER wordt geregeld pas op het laatste moment nog eens bij de studenten neergelegd. Die worden dan onder druk gezet om in te stemmen, anders ligt er niks – of je moet vergaderend de zomer in.’
Vinden er grote vernieuwingen of bezuinigingen plaats, dan lijkt de stem van de student al helemaal het kind van de rekening. Tjalsma herkent het verhaal van Maryam (zie bijbehorend artikel): ‘Dan denk ik: als we het niet voor de student doen, voor wie dan wel?’
Echt een verschil?
In feite is het fantastisch dat studenten als partner worden betrokken bij het hoger onderwijs, benadrukt Tjalsma. ‘En er zijn ook genoeg goede voorbeelden van studenten die dingen voor elkaar krijgen.’ Dat blijkt ook uit antwoorden op de enquête van HvanA: ‘Bij onze opleiding waarderen de docenten het enorm als je met ideeën komt’.
Maar geef studenten wel duidelijkheid en een stem aan tafel, zegt Tjalsma – ook bij lastige besluiten. ‘Is de medezeggenschap een leuk iets voor erbij, of maakt de studentenstem écht een verschil?’ Met drie studenten spraken we uitgebreider over hun ervaringen hiermee.
Het bericht Hoe ervaren studenten hun invloed op het HvA-beleid? ‘Veel input strandt in bureaucratie’ verscheen eerst op HvanA.