Auteur: Copyburo

15 kilo peuken geraapt rond UM-gebouwen en het einde van een stugge studentensatelliet

Van peukenzee naar peukenmeer

Een jaar geleden ging de UM met de landelijke organisatie PeukenZee in zee . Het doel: voorkomen dat sigarettenpeuken op de grond, en daarmee schadelijke stoffen in het milieu, terechtkomen. Sindsdien zijn er ‘peukenzuilen’ geplaatst bij de School of Business and Economics (SBE) en de universiteitsbibliotheek (UB) in de binnenstad, werden zogeheten ‘zakasbakjes’ uitgedeeld onder rokers en voerde de organisatie vier opruimcampagnes, waarbij peuken werden geraapt rondom UM-gebouwen.

Heeft het een beetje geholpen? Daar lijkt het wel op. Op de locaties rondom de zuilen trof men tijdens de meest recente campagne in september 73 procent (SBE) en 87 procent (UB) minder peuken aan dan in november vorig jaar, blijkt uit een recente evaluatie van PeukenZee en UM.

Daarnaast breidde men het ‘opruimgebied’ tijdens de campagnes in mei en september uit naar dertien verschillende UM-locaties in de binnenstad en in Randwyck. Daarbij is in totaal bijna vijftien kilo, wat neerkomt op zo’n 80.000 peuken, geraapt. Ook daar was een afname te zien: waar het in mei nog om meer dan 10 kilo ging, was dat in september nog geen 5 kilo.

Volgens PeukenZee heeft de UM hiermee ruim 600 duizend liter water kunnen redden van vervuiling, want elke sigaret bevat genoeg giftige stoffen om 8 liter te verontreinigen. Maar zijn er ook mensen ‘gered’ van deze vervuilende verslaving? Dat heeft men niet bijgehouden.
 

Einde van een keiharde dame

Men rekende erop dat hij het zes maanden zou volhouden, maar uiteindelijk cirkelde hij liefst vijftien jaar rond de aarde: Delfi-C3. Deze satelliet van het formaat melkpak werd in 2008 door studenten van de TU Delft in elkaar geknutseld om een nieuw type zonnepaneel te testen in de ruimte. Na voltooiing van het wetenschappelijk experiment bleek de satelliet (door de onderzoekers omgedoopt tot ‘keiharde dame’) de barre omstandigheden buiten de dampkring dusdanig goed te weerstaan dat de nieuwe vraag werd: ‘Hoe lang houdt-ie het uit?’

Het antwoord volgde begin deze maand. Door verhoogde zonneactiviteit remde de satelliet steeds meer af, om uiteindelijk op 13 november terug op aarde te storten. “Niet ver van de plek waar 66 miljoen jaar geleden de meteoriet insloeg die een einde maakte aan de dinosauriërs”, laat Chris Verhoeven, die de bouw van Delfi-C3 in 2008 leidde, weten aan zusterblad Delta .

Zijn collega Stefano Speretta toont zich niet rouwig om het verlies: hij is voorstander van een beperkte levensduur van zo’n drie jaar voor ‘studentensatellieten’. Dat scheelt kosten en past beter bij de duur van een masteropleiding. Hij kijkt dan ook uit naar de lancering van de opvolgers van Delfi-C3 in 2025. “Dan hebben we weer wat om mee te spelen.”
 

Salsa met de rechter

Het leidt regelmatig tot onvrede: de verdeling van bestuursmaanden, waarmee bestuursleden van studentenverenigingen gecompenseerd worden voor studievertraging. Zo was er afgelopen voorjaar in de Maastrichtse U-raad nog flinke discussie over een nieuwe maatregel waardoor grote verenigingen als Circumflex en Koko minder geld zouden ontvangen. Dankzij een ‘ ontsnappingsroute ’ werd uiteindelijk een impasse voorkomen. 

Aan de TU Delft bood intern overleg onlangs geen uitkomst. Strijdend voor meer compensatie stapte studentendansvereniging SoSalsa naar de Raad van State, meldt zusterblad Delta . De dansers eisten 46 in plaats van de door de TU toegewezen 22 bestuursmaanden, wat neerkomt op 6120 euro extra. De reden: in het universitaire sport- en cultuurcentrum zouden de danszalen te klein en het rooster te vol zijn, waardoor men naar een grotere (en duurdere) zaal uitweek. Dat zorgt voor meer werk en daarmee studievertraging, aldus het bestuur. Een interne bezwaarprocedure leverde niets op, want volgens de TU zijn de aangeboden dansruimtes wél geschikt. Nu blijkt ook de rechter niet mee te dansen: die volgt de redenatie van de TU. Bovendien stelt de Raad dat het niet mogelijk is “om verenigingen volledig te faciliteren in de uitoefening van hun activiteiten.”