Aanzienlijk deel van de bevolking in verschillende landen hangt minstens één complottheorie aan, schrijven de auteurs op basis van eerder onderzoek. Meer dan de helft van de Amerikanen en zo’n dertig procent van de Duitsers gelooft in ten minste één samenzweringstheorie.
Hoewel er in de bestaande literatuur aandacht is voor de wijze waarop docenten kunnen omgaan met studenten die complottheorieën aanhangen, schiet die kennis tekort wanneer het juist docenten zelf zijn die zulke ideeën geloven, verspreiden of niet kritisch willen bespreken, stellen de onderzoekers van de Universiteit van St. Gallen (Zwitserland) en de Ludwig-Maximilians-Universität München (LMU).
Onterechte zorgen over academische vrijheid
Het gebrek aan zulk onderzoek hangt samen met de complexiteit van het onderwerp, de gevoeligheid ervan, sociale wenselijkheid en het stigma dat erop rust, vermoeden de auteurs. Ook methodologische uitdagingen en zorgen over academische vrijheid spelen een rol.
Concrete voorbeelden maken de problematiek echter tastbaar. Zo verwijzen de auteurs onder meer naar Tjeerd Andringa, docent Cognitiewetenschap aan het University College Groningen, die volgens een onderzoekscommissie in zijn colleges diverse (antisemitische) complottheorieën promootte. Hij is later door de Rijksuniversiteit Groningen ontslagen. Ook Tim Hayward wordt genoemd, een hoogleraar aan de Universiteit van Edinburgh die werd beschuldigd van het verspreiden van complottheorieën over het conflict in Syrië en het delen van verontrustende misinformatie op sociale media.
Wat is een complot wat wetenschap?
In hun artikel maken de onderzoekers alvast een duidelijk onderscheid tussen complottheorieën en wetenschappelijke theorieën door te wijzen op fundamentele verschillen.
Een complottheorie draait om het abstracte idee van een samenzwering, een geheime afspraak tussen twee of meer personen, maar mist doorgaans de kenmerken van een wetenschappelijke theorie: systematische hypothesen die gericht zijn op het beschrijven of verklaren van verschijnselen op basis van empirisch onderzoek.
Blijf openstaan voor nieuwe ideeën, hoe vreemd ook
Tegelijkertijd moet de wetenschap niet elk controversieel idee bij voorbaat als complottheorie afdoen, waarschuwen de onderzoekers. Ze benadrukken het belang van het subtiele evenwicht dat de wetenschap kenmerkt: enerzijds openheid voor nieuwe ideeën, hoe vreemd of tegenintuïtief ook, en anderzijds de strengst mogelijke, sceptische toetsing van ieder idee.
Onconventionele of onorthodoxe theorieën zijn van groot belang voor de vooruitgang van de wetenschap omdat ze het bestaande begrip uitdagen en verruimen. Tegelijk moeten zulke theorieën stevig verankerd blijven in degelijke academische methodologie en onderzoek, aldus de onderzoekers.
Dat juist universiteitsdocenten – die doorgaans beschikken over een stevige academische vorming, analytisch vermogen en wetenschappelijke geletterdheid – vatbaar kunnen zijn voor complottheorieën, vinden de auteurs dan ook paradoxaal en verontrustend. Docenten vervullen immers een sleutelrol in het onderwijs: zij moeten een een omgeving creëren waarin studenten leren onderscheid te maken tussen soorten kennis en vormen van redeneren.
Superspreaders van desinformatie
Het onderzoek benoemt meerdere schadelijke gevolgen wanneer docenten complottheorieën verspreiden. Zo kan het onderwijzen van complottheorieën de opleiding van studenten ernstig schaden. Docenten verschuiven de aandacht dan van feitelijke leerstof naar foutieve informatie of misleidende interpretaties van feiten, bijvoorbeeld over klimaatverandering. De risico’s zijn extra zorgwekkend binnen grote hogeronderwijsinstellingen, waar docenten onbedoeld kunnen optreden als superspreaders van desinformatie en daarmee grote groepen studenten beïnvloeden, aldus de auteurs
Het gezag van docenten speelt hierin een belangrijke rol. Studenten zijn geneigd om informatie van hun docenten zonder al te veel kritiek over te nemen, wat de verspreiding van desinformatie door docenten vergemakkelijkt. De schaadt de ontwikkeling van een cognitieve verdediging tegen misinformatie onder studenten, hun academisch denken, hun waardering van van wetenschappelijke theorieën en hun vermogen complottheorieën, gerichte desinformatie en nepnieuws te herkennen, sommen de onderzoekers op
Het actief verspreiden van complottheorieën door docenten binnen hun onderwijs kan volgens de onderzoekers worden beschouwd als een vorm van wangedrag, vergelijkbaar met plagiaat of het vervalsen van onderzoeksgegevens.
Impact op academie en samenleving
Het verspreiden van twijfelachtige overtuigingen en complottheorieën binnen hoger-onderwijsinstellingen kan ook de reputatie van die instellingen aantasten. Universiteiten en hogescholen zouden bij uitstek centra van leren en kennis moeten zijn, gericht op het bevorderen van kritisch denken, empirisch onderbouwd onderzoek en intellectuele scherpte.
Bovendien kunnen complottheorieën verdeeldheid zaaien en schadelijk zijn voor specifieke bevolkingsgroepen. Mensen die complottheorieën promoten, hebben vaker racistische, extreemrechtse en antidemocratische opvattingen. Universiteitsdocenten die complottheorieën verspreiden kunnen dus bijdragen aan polarisatie en verdeeldheid binnen de samenleving, wat zich uit in een afwijzing van democratische waarden en – paradoxaal genoeg – wantrouwen jegens wetenschappers.
Studenten moeten kritischer worden
Aan het slot van hun onderzoek formuleren de auteurs enkele aanbevelingen voor de omgang met docenten die complottheorieën verspreiden. Studenten spelen hierin een cruciale rol: zij moeten leren de informatie die zij van hun docenten ontvangen kritisch te beoordelen. Wanneer docenten complottheorieën lijken aan te dragen, is het belangrijk dat studenten proberen de beweringen te begrijpen én te toetsen, aldus de onderzoekers. Blijven de zorgen bestaan, dan kunnen zij terecht bij andere docenten, studieadviseurs of het bestuur.
Ook onderwijsinstellingen zelf kunnen stappen zetten om de verspreiding van complottheorieën door docenten te beperken. Zo kunnen zij beleid ontwikkelen en handhaven dat de inhoud van onderwijs toetst op feitelijkheid en wetenschappelijke onderbouwing.
Stimuleer als onderwijsinstelling een open en intellectuele omgeving
Instellingen moeten daarbij een open en inclusieve intellectuele omgeving bevorderen waarin verschillende gezichtspunten kunnen bestaan en dialoog actief wordt aangemoedigd. Daarnaast kunnen ze investeren in voortdurende professionele ontwikkeling voor docenten, waarbij ook ruimte is voor onderlinge reflectie op elkaars onderwijspraktijk.
Het verspreiden van complottheorieën door universiteitsdocenten lijkt voor de auteurs niet automatisch tot ontslag te hoeven leiden. Hoger-onderwijsinstellingen moeten in zulke gevallen het recht op vrijheid van meningsuiting respecteren, maar zich tegelijkertijd duidelijk distantiëren van die complottheorieën, aldus de onderzoekers. De principes van academische vrijheid vormen daarbij een leidraad. Die academische vrijheid houdt immers méér in dan het recht om een mening te uiten: het veronderstelt ook dat men zich houdt aan de standaarden van wetenschappelijk onderzoek, en dat uitzonderlijke beweringen uitzonderlijk bewijs vereisen.
The post Wat te doen als docenten in hoger onderwijs complottheorieën verspreiden? first appeared on ScienceGuide.
Het bericht Wat te doen als docenten in hoger onderwijs complottheorieën verspreiden? verscheen eerst op ScienceGuide.